Kinderen

Antwoord op de zeven meeste gestelde vragen over kinderen:

Kunnen homo’s en lesbo’s kinderen krijgen?

Ja. Zij zijn alleen niet in staat met de partner van hun keuze een kind te verwekken. Maar een kind krijgen kan ook op andere manieren. Een vrouw kan een kind krijgen met behulp van een spermadonor bijvoorbeeld. Ook kunnen homo- en lesbische stellen kinderen krijgen samen met een ander stel of samen met een alleenstaande man of vrouw. En homomannen kunnen een kind krijgen met behulp een (niet-commerciële) draagmoeder. Homo’s en lesbo’s kunnen ervoor kiezen om een pleegkind op te voeden of een kind uit het buitenland te adopteren.

Bij Stichting Meer dan gewenst kunnen homoseksuele (wens)ouders terecht voor informatie. Meer dan Gewenst organiseert informatiebijeenkomsten over onder meer juridische en sociale aspecten van lesbo- en homo-ouderschap waar men elkaar kan ontmoeten en ervaringen uitwisselen.  Kijk op meerdangewenst.nl.

Hoe kunnen homomannen kinderen krijgen?

Er zijn verschillende manieren waarop homomannen kinderen kunnen krijgen en opvoeden. Mannen kunnen natuurlijk niet baren, maar wel kinderen verwekken: ze kunnen biologisch vader worden. Bijvoorbeeld met een vriendin, een lesbisch stel of een draagmoeder. Een draagmoeder is een vrouw die zwanger wordt voor een ander: zij staat haar kind na de bevalling af. Ook (hetero)vrouwen kunnen een beroep doen op een draagmoeder, wanneer zij zelf niet zwanger kunnen worden. Een draagmoeder blijft juridisch vaak wel moeder van het kind. Overigens mag je voor draagmoederschap geen geld betalen of ontvangen: betaald draagmoederschap is verboden in Nederland en België.

 

Homomannen kunnen sperma afstaan, dat een vrouw vervolgens insemineert (in haar vagina spuit met een spuitje). De man is dan spermadonor. Homo’s en biseksuele mannen kunnen bovendien kinderen hebben uit een (eerdere) heterorelatie.

De biologische vader heeft niet zoals de biologische moeder automatisch het juridisch ouderschap van het kind. Een man kan het kind wel erkennen, wanneer hij daar toestemming voor heeft van de biologische moeder en de eventueel tweede moeder het kind niet wil adopteren. Met een erkenning krijgt de vader het juridisch ouderschap.

Naast biologische vaders of donoren kunnen homomannen ook vader zijn van kinderen met wie zij geen biologische band hebben. Bijvoorbeeld van de biologische kinderen van hun partner, pleegkinderen of adoptiekinderen. Afhankelijk van de afspraken met andere betrokkenen (partner, biologische vader of moeder, andere opvoeders) kunnen homomannen verschillende rollen spelen in de opvoeding van een kind. Ze kunnen samen of alleen het kind full time opvoeden, de zorg delen of meer op afstand een vaderrol vervullen.

Arijan: In het najaar van 1993 heeft zij mij gevraagd. We bleken grotendeels op één lijn te zitten. Ik wilde het kind erkennen en de helft van de opvoeding op mij nemen. Dat viel haar mee. Sommige mannen willen niet meer dan twee daagjes per maand. ' [Meer dan gewenst, p. 31-32]
Bert: 'Hij noemt Kurt papa en mij aanvankelijk papa Bert, maar nu Bert. Dat maakt gevoelsmatig niets uit. Jermain ziet mij als vader. Hij zegt vaak dat hij Smits van Ewijk heet. Afgelopen vaderdag zei ik tegen hem: "Maar ik ben toch niet je echte vader?" "Jáwel,"zei hij, "Jij voedt mij ook op. Jij bent mijn vader!" ' [Meer dan gewenst, p. 64]
'Bijna vijfentwintig jaar vingen Herman en Rob zo'n vijfentwintig jongens op die tijdelijk een pleeggezin nodig hadden. [...] Herman: ‘We hebben altijd alleen gezorgd voor jongens van zestien jaar en ouder die óf op school zaten óf een baan hadden. Zij hebben hierdoor hun eigen dagritme en zijn redelijk zelfstandig. 's Avonds stelde ik mijn leven erop af. Zodra er een jongen in aantocht was, veegde ik mijn privé-agenda schoon. Geen eetafspraken meer buiten de deur, zeker niet in het weekend. En als ik iets niet kon afzeggen, nam Rob het over.' [Meer dan gewenst, p. 111-112]

Hoe kunnen lesbische vrouwen kinderen krijgen?

Er zijn verschillende manieren waarop lesbische vrouwen kinderen kunnen krijgen en opvoeden. Ze kunnen zelf baren en dus biologisch moeder zijn, ze kunnen sociale moeder zijn en een kind dat ze niet zelf hebben gebaard (mede)opvoeden.

Lesbische vrouwen kunnen als vrouwenstel of als alleenstaande, samen met een mannenstel, heterostel of een vriend, besluiten om kinderen te krijgen. Om zwanger te worden, kunnen lesbische vrouwen het sperma van een man zelf of bij elkaar insemineren. Dat kan ook in een ziekenhuis gebeuren. Een man die zijn sperma afgeeft voor de zwangerschap van een vrouw, wordt spermadonor of zaaddonor genoemd. Ook zijn er lesbo’s en biseksuele vrouwen die kinderen hebben uit een (eerdere) heterorelatie, een pleegkind verzorgen of een kind adopteren uit het buitenland .

Ook kan een alleenstaande vrouw of een lesbisch stel zich inschrijven bij een spermabank, waar mannen hun sperma afgeven en laten invriezen voor anderen. Ook heterostellen van wie de man onvruchtbaar is,  maken gebruik van dit donorzaad. Insemineren gebeurt dan in de kliniek. Dat wordt ook wel KID genoemd: Kunstmatige Inseminatie van Donorsperma. De donor speelt dan geen rol in het leven van het kind. Helemaal anoniem is een donor van de spermabank niet. Zijn gegevens worden bewaard door de stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Als het kind zestien is, kan hij of zij zijn adresgegevens krijgen en contact met hem opnemen als daar goede redenen voor zijn.

Corry: 'Jozé en ik hebben niet van het begin af aan gekozen voor het samen opvoeden van kinderen. Het was gewoon zo, ik had vier kinderen toen we op elkaar verliefd werden. En voor haar was het geen reden om met mij, met "ons", geen relatie aan te gaan.' [Meer dan gewenst, p. 119]
Bianca: 'Heel even heb ik een bekende donor overwogen. Een hartsvriend stelde zich beschikbaar. Een leukere vent kon ik me niet voorstellen maar in mijn scenario had ik niemand de paparol toebedacht. Een vriend als vader, dat vond ik moeilijk, te verwarrend, een onoplosbaar dilemma. Straks zette ik mijn vriendschap op het spel, hoe moest dat dan? Een onbekende donor was voor mij een heldere situatie die ik ook goed aan mijn kinderen kon uitleggen. Ik zou het weer net zo doen.' [Meer dan gewenst, p. 81]
Marian en Gytha: ‘Wij waren bewust op zoek naar een vaderstel voor onze kinderen, omdat we het belangrijk vinden dat zij weten waar ze vandaan komen.’ [Zij aan Zij, nummer 5, 2003]

Wat is er wettelijk geregeld wanneer twee mensen van hetzelfde geslacht samen een kind krijgen?

Twee mannen of twee vrouwen krijgen niet zomaar samen het juridisch ouderschap over hun kind. Als een vrouw een kind baart, heeft zij automatisch het juridisch ouderschap. Dat geldt ook voor draagmoeders. Voor een biologische vader geldt dat niet. Wanneer hij niet getrouwd is met de biologische moeder (zoals bij homo’s meestal het geval is) en het kind niet erkent, heeft hij geen juridisch ouderschap.

Er kunnen maar twee volwassenen het juridisch ouderschap over een kind hebben. Als twee vrouwen samen een kind krijgen met behulp van een bekende donor, is de biologische moeder dus de eerste. Als tweede komen haar partner en de donor in aanmerking: de andere moeder kan het kind adopteren, de biologische vader kan het kind erkennen. Onderling moeten zij bepalen wie het wordt. Wanneer het kind bij de moeders woont, is het misschien logisch als de tweede moeder hem of haar adopteert. Als de vader een (grote) rol speelt, is het misschien logischer als hij het kind erkent. Dat is een persoonlijke afweging.

Wanneer de vrouwen getrouwd zijn of een partnerschapsregistratie hebben op het moment dat het kind geboren wordt, en de donor voor de geboorte het kind niet heeft erkend, krijgt de niet-biologische moeder automatisch het gezamenlijk gezag. Let op: dat is wat anders dan juridisch ouderschap. Met het juridisch ouderschap word je juridisch familie van elkaar, en jouw familie wordt ook familie van je kind. Je kind erft van je en ontvangt een wezenpensioen als je overlijdt. Het juridisch ouderschap is levenslang. Gezamenlijk gezag is vooral praktisch: je kunt er je kind mee inschrijven bij een school en vertegenwoordigen in het ziekenhuis of bij de politie. De ouder met gezamenlijk gezag heeft een onderhoudsplicht naar het kind. Deze loopt ook na scheiding door, net zolang als het gezamenlijk gezag heeft geduurd. Maar het gezamenlijk gezag is niet onverbrekelijk. Het eindigt wanneer het kind 18 is.

Alleenstaande mannen die een kind krijgen met een alleenstaande vrouw, kunnen natuurlijk het kind erkennen als zij daar toestemming van de moeder voor hebben. Zij zijn dan samen met de moeder juridisch ouder van het kind. Als er meer dan twee personen bij betrokken zijn, wordt het lastiger.

Bij een mannenstel dat met een draagmoeder een kind krijgt, heeft de moeder het juridisch ouderschap. Zij kan dat niet zo maar overdragen, ook als ze in de praktijk niet voor het kind zorgt. Als zij getrouwd is met een man is haar echtgenoot bovendien de tweede juridische ouder, ook al is hij niet de biologische vader van het kind. Als ze niet is getrouwd, kan de biologische vader het kind erkennen. Zijn partner heeft dan formeel geen familieband met het kind.

Een man die met een vrouwenstel een kind krijgt, kan het kind alleen erkennen als hij daar toestemming van de moeder voor heeft. Zij kan het weigeren, bijvoorbeeld omdat ze wil dat haar partner het kind gaat adopteren. Mannen kunnen het juridisch ouderschap ook verkrijgen door adoptie; dan gaat het om kinderen die door de moeder zijn afgestaan, in het buitenland.

Omdat de regelingen rond ouderschap complex zijn, is het belangrijk om altijd deskundig advies in te winnen. In het boek Roze ouders (2008) staat veel informatie. Bij Stichting Meer dan gewenst kunnen homoseksuele (wens)ouders ook terecht voor informatie.

Kunnen homo’s en lesbo’s kinderen adopteren uit het buitenland?

Ja. Tegelijkertijd is het niet makkelijk omdat veel landen adoptiekinderen niet aan homo- en lesbische stellen willen afstaan. De Nederlandse organisaties die bemiddelen bij adoptie, kunnen daarom vaak weinig betekenen voor roze gezinnen.

Om te mogen adopteren, moeten ouders toestemming krijgen van het ministerie van Justitie. Ze bezoeken daarvoor voorlichtingsbijeenkomsten en ondergaan een gezinsonderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Als dat onderzoek klaar is, krijgt het gezin een beginseltoestemming en kan het terecht bij een adoptie-organisatie in Nederland die bemiddelt met herkomstlanden. Deze organisaties worden ook wel vergunninghouders genoemd.

Zoals gezegd kunnen vergunninghouders vaak weinig betekenen voor homo’s en lesbo’s die willen adopteren. Daarom bemiddelen zij vaak zelf voor een adoptiekind. Mensen die dit doen, worden ‘zelfdoeners in adoptie’ genoemd. Zij leggen zelf contacten bijvoorbeeld met kindertehuizen en adoptie-organisaties in het buitenland. Het is daarbij belangrijk te weten hoe er in het land over homoseksueel ouderschap wordt gedacht. Voordat het kind naar Nederland komt, doorlopen adoptie-ouders ook nog een strenge juridische procedure, waarbij een Nederlandse vergunninghouder de adoptie controleert, en de rechter formeel de adoptie goedkeurt.

Bij adoptie is het belangrijk om deskundig advies in te winnen. De Stichting Adoptievoorzieningen biedt veel informatie. De Belangenvereniging Zelfdoeners in Adoptie (BZA) weet veel over zelfdoen in adoptie. Ook aan de stichting Meer dan gewenst zijn juridische deskundigen verbonden.

Worden kinderen van homo- of lesbische ouders zelf ook homoseksueel?

Nee. Sommige mensen zijn bang dat homoseksualiteit als het ware overdraagbaar is. Zij denken dat kinderen die opgroeien in een homo- of lesbisch gezin zelf ook zo worden. Maar andersom is dat ook niet zo: de meeste homoseksuelen hebben heteroseksuele ouders. Ook al hebben zij het voorbeeld gekregen van een man en een vrouw, toch ligt dat bij hen zelf anders. Homoseksuele ouders zullen dus ook niet automatisch homoseksuele kinderen krijgen. Kinderen van homo- of lesbische ouders kunnen zowel heteroseksueel als homoseksueel zijn. Het feit dat zij een homoseksueel voorbeeld krijgen binnen hun gezin betekent niet dat zij dit voorbeeld volgen.

Marlon (19 jaar): 'We praten nooit met elkaar over ouders. Ze werd wel eens gezien met haar vriendin en dan werd er naar gevraagd. Dan zei ik het gewoon. Daar ben ik vrij open over. In het begin werd er ook gevraagd of ik later geen homofiel zou worden. Dan zei ik: "Wat is dát nou weer?! Als mijn moeder in de sloot springt, moet ik dan ook in de sloot springen?!"' [Meer dan gewenst, p. 135]

Zijn kinderen van homo’s of lesbo’s net zo gelukkig als kinderen van hetero-ouders?

Ja. Tegenwoordig zijn er veel gezinnen die anders zijn dan de doorsnee: gescheiden ouders, nooit getrouwde ouders, oppasoma’s en tantes, nieuwe partners, enzovoort. Ook kinderen van homoseksuele ouders kunnen te maken krijgen met vragen over hun gezin. Waarom hebben zij geen vader maar wel twee moeders? Of: waarom hebben zij geen moeder? Voor het kind zelf is het eigen gezin niet gek: hij of zij is niet anders gewend. Voor de omgeving kan het soms wel gek zijn. In sommige gevallen kan dat tot vervelende reacties leiden.

Als ouders van hun kind houden, maakt het niet uit of ze man of vrouw zijn, hetero of homo. Kinderen van een homo- of lesbisch stel zijn nooit ongewenst, omdat de ouders heel bewust voor hen gekozen hebben, juist omdat ze niet vanzelf kinderen kunnen krijgen. Er zitten dus geen ongelukjes of nakomertjes bij. Ook met de opvoeding zijn homoseksuele ouders meestal heel bewust bezig. Bijvoorbeeld door andere mannen en vrouwen te betrekken bij de opvoeding, zodat hun kind zich ook kan identificeren met de andere sekse. Als er al iets zou zijn dat deze kinderen ongelukkig maakt, heeft dat eerder te maken met hoe de omgeving op hun familie reageert.

Voor kinderen blijkt het belangrijk dat ze leeftijdgenoten ontmoeten die ook opgroeien in een roze gezin. De speeldagen van Stichting Meer dan gewenst zijn daarvoor heel geschikt.

Edi (22): ‘Een tip voor pubers? Spreek de waarheid, het is niet zo erg als het lijkt. Sommige mensen gebruiken bijvoorbeeld “homo” als scheldwoord. Als je moeder lesbisch is denk je dat het een vooroordeel is of zo. Vaak bedoelen ze het niet zo. Ze zeggen het gewoon. Wees er niet te bang voor. Mensen vinden het meestal oké.’ [Roze ouders, p. 144]
Ruth (10): ‘Ik woon bij mijn mama’s en ga op vrijdag naar mijn papa. Dat vind ik gewoon, daar ben ik aan gewend. Als het andersom zou zijn, zou ik dat gewoon vinden.’[Roze ouders, p. 141]

allesovergay