Asielzaken

Is homo- of transseksualiteit een grond voor een verblijfsvergunning in Nederland?

Ja, als vluchteling en als partner. LHBTI-ers die vervolgd worden, kunnen in Nederland asiel aanvragen. Hiervoor moeten zij kunnen aantonen dat zij door de overheid in hun land vervolgd zijn op basis van hun seksuele voorkeur of genderidentiteit, of dat zij niet voldoende beschermd zijn tegen discriminatie. Dat is vaak lastig.

Behalve als asielzoeker kan iemand ook een verblijfsvergunning aanvragen voor het verblijf bij een partner. Hierbij maakt de Nederlandse wet geen onderscheid tussen gehuwden en samenwonenden, en ook niet tussen hetero’s en homo’s. Wel is het een lange en ingewikkelde procedure waarbij de Nederlandse partner voldoende inkomen moet hebben, en de buitenlandse partner de beslissing in het eigen land moet afwachten.

De regelgeving rond gezinsvorming en gezinshereniging verandert snel. Voor de laatste stand van zaken is informatie te verkrijgen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst Verblijfwijzer van het ministerie van Justitie.

Maakt iemand die in eigen land als lhbti-er vervolgd wordt kans op een verblijfsvergunning in Nederland?

Ja. In principe kunnen vluchtelingen een verblijfsvergunning in Nederland krijgen als zij kunnen aantonen dat zij in eigen land vervolgd worden omdat ze lhbti-er zijn.

In de praktijk is het vaak moeilijk om van dit recht gebruik te maken. Ze moeten namelijk niet alleen aantonen dat seksuele- of genderidentiteit in het land van herkomst bestraft wordt, maar ook dat zij persoonlijk het risico lopen dat de overheid hen wil bestraffen.

Ernstige discriminatie of vervolging door anderen kan ook een reden zijn voor een vluchtelingenstatus. Dan moet iemand aantonen dat de overheid hem of haar hiertegen niet kan of wil beschermen. Daarvoor moet je (meestal tevergeefs) aangifte hebben gedaan in het land van herkomst.

Als je uit een land komt waar bijvoorbeeld homo- of transseksualiteit strafbaar is, hoef je geen pogingen gedaan te hebben om politiebescherming te krijgen. Homoseksuele, lesbische, biseksuele en transgender asielzoekers uit Iran krijgen in principe asiel in Nederland, omdat de situatie in Iran te gevaarlijk voor hen is. Dit geldt niet als zij een strafblad hebben of als zij al eerder in een ander Europees land asiel hebben aangevraagd.

Een asielzoeker moet dan wel in het eerste gesprek met de Nederlandse immigratiedienst vertellen dat hij of zij gevlucht is in verband met homo- of transseksualiteit. Dat is vaak moeilijk voor iemand die in het eigen land steeds geheimzinnig moest doen over zijn of haar intieme leven. Daarbij komt dat er een tolk aanwezig is van wie je ook niet weet hoe die over homo- of transseksualiteit denkt. Wanneer asielzoekers niet duidelijk de reden van hun vlucht kunnen aangeven, wordt hun asielverzoek afgewezen.

Een ander probleem is dat lhbti asielzoekers in asielzoekerscentra vaak gediscrimineerd worden door andere asielzoekers, als zij open zijn over de reden van hun vlucht.