Discriminatie

Antwoord op de zeven meest gestelde vragen over discriminatie:

Worden LHBTI-ers wel eens gepest of gediscrimineerd?

Ja, helaas wel. Discriminatie betekent: onderscheid maken. Er zijn allerlei verschillende vormen van discriminatie.

Er bestaan wetten en regels die lhbti-ers discrimineren. In Nederland en België bijvoorbeeld, kunnen mannen met mannen trouwen en vrouwen met vrouwen, maar dat kan in de meeste landen ter wereld niet. De wetgeving rond het huwelijk discrimineert daar dus homo’s en lesbo’s: het huwelijk is alleen bestemd voor hetero’s.

Sommige bedrijven en organisaties discrimineren lhbti-ers. Partners zijn bijvoorbeeld niet welkom op bedrijfsuitjes, of scholen nemen homoseksuele of lesbische leraren niet in dienst.

Mensen discrimineren ook onderling. Lhbti-ers worden uitgescholden en buitengesloten. In het ergste geval worden ze slachtoffer van geestelijke en fysiek geweld.

Op je school of je sportclub kun je gepest worden, maar ook op je werk of in de buurt. Soms gaat het om flauwe grapjes, soms om scheld- of vechtpartijen, soms worden homo’s en lesbo’s genegeerd en doodgezwegen. Net als anderen die gepest worden, kunnen homoseksuelen daardoor het gevoel krijgen dat ze niks waard zijn en durven ze niet meer zichzelf te zijn.

In Nederland, België en de meeste andere Europese landen is het verboden om onderscheid te maken tussen hetero’s en homo’s of lesbo’s. Maar anti-discriminatiewetgeving is geen garantie dat discriminatie niet voorkomt. Officieel mag het niet, maar het gebeurt wel.

Ali (17 jaar): ‘Het ging de volgende dag door heel de buurt dat ik een vieze homo ben. Sommige jongens spuugden op me als ik langsliep. De jongens met wie ik omging, wilden niet meer met me praten. Ik ben een eenling geworden in de buurt. Niemand wil meer iets van me weten. Ik ben die gore flikker die kapper wil worden. Dat is de mening van bijna alle jongens hier.’ [Mijn geloof en mijn geluk, p. 145]

Wat kan iemand doen die gediscrimineerd is vanwege zijn of haar homoseksualiteit?

In Nederland is discriminatie zowel in het strafrecht als in het burgerlijk recht verboden. Als je gediscrimineerd bent, kun je dus aangifte of melding doen bij de politie.

In het Wetboek van Strafrecht staat dat iemand strafbaar is wanneer hij of zij zelf discrimineert, anderen daartoe aanzet, discriminatie verspreidt of ondersteunt (artikel 137c-f). Discriminatie is daarbij het beledigen of uitsluiten van iemand op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Straffen lopen uiteen van een geldboete tot een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.

Je kunt op basis van dit artikel dus aangifte doen. Aangifte betekent dat de politie de discriminatie registreert en tot vervolging over kan gaan. Voordat iemand veroordeeld zal worden, moet je de discriminatie kunnen bewijzen. Dat kan lastig zijn. Een werkgever die discrimineert kan zich verschuilen achter andere argumenten waarom hij of zij je niet heeft aangenomen. En als je uitgescholden en bedreigd bent op straat, kan er misschien niemand getuigen. Tegelijkertijd is aangifte belangrijk: als de politie niet weet dat homo’s en lesbo’s uitgescholden of geslagen worden, dan bestaat het als het ware niet.

Je kunt ook een melding doen bij de politie: dat kan zelfs anoniem en via internet. Op basis van aangiftes en meldingen kan de politie beleid ontwikkelen en beter optreden tegen discriminatie. In sommige steden heeft de politie een Roze in Blauw netwerk dat zich speciaal inzet voor homo’s, lesbo’s, biseksuelen en transgenders.

In Nederland kun je ook een beroep doen op de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Deze wet heeft betrekking op discriminatie op het werk en bij het aanbieden van goederen en diensten. Het feit dat iemand homoseksueel is, mag niet leiden tot afwijzing of ontslag. En ook ziekenhuizen, café’s, woningcorporatie en scholen mogen niet discrimineren.

Als je je beroept op deze wet, spreekt de het College voor de Rechten van de Mens een oordeel uit. Dat oordeel is niet bindend maar meestal luistert de tegenpartij er wel naar. Omdat de wet alleen over werk en diensten gaat, kan iemand die op straat wordt uitgescholden of door zijn of haar ouders het huis wordt uitgezet, geen beroep doen op deze wet.

Naast juridische stappen kan iemand een klacht indienen bij een anti-discriminatiebureau. Het is goed om dat te doen, omdat discriminatie zo geregistreerd wordt en daardoor ook meer zichtbaar.

Ben je wel eens gediscrimineerd vanwege je homoseksualiteit? Op Discriminatie.nl kun je anoniem een melding doen.

Komt geweld tegen homo’s en lesbo’s voor?

a. Sommige mensen hebben te maken met geweld vanwege het feit dat ze homo of lesbisch zijn. Homoseksuele mannen en vrouwen kunnen mishandeld worden door familieleden of stenen door de ramen krijgen van hun buren. Ze kunnen in elkaar geslagen worden op school of in de buurt. Als je slachtoffer bent van anti-homoseksueel geweld, kun je het beste naar de politie gaan en aangifte doen.

 

Anti-homoseksueel geweld op straat werd vroeger ook wel potenrammen of pottenrammen genoemd. Het woord poot werd gebruikt als scheldwoord voor homomannen, het woord pot voor lesbische vrouwen. Jongeren die homo’s en lesbo’s slaan doen dat vaak omdat ze willen bewijzen dat ze sterk en macho zijn. En soms omdat ze zelf homoseksuele gevoelens hebben die ze willen verstoppen.

In sommige steden besteedt de politie apart aandacht aan discriminatie en geweld tegen homoseksuele mannen en vrouwen. Ben jij gediscrimineerd, beledigd, mishandeld of bestolen omdat je homo, lesbisch, biseksueel of transseksueel bent? Doe altijd aangifte bij de politie! Bel direct 112.

Achteraf melden kan ook, bel bij geen spoed 0900-8844.  Als je aangifte doet, kunnen de daders gepakt worden. Je maakt bovendien het geweld zichtbaar.

Wanneer je thuis geweld meemaakt, kun je terecht bij het Steunpunt huiselijk geweld of Meldpunt Eergerelateerd geweld.

Wat moet je doen als je geweld hebt meegemaakt vanwege je homosekualiteit?

Als je geweld meemaakt vanwege je homoseksualiteit moet je eerst zorgen dat je in veiligheid komt. Daarna moet je goed voor je lichaam zorgen en aangifte doen bij de politie. Als je verkracht bent, is het handig om direct naar de politie te gaan, zodat er nog sporen zijn.

Als het geweld aanhoudend thuis plaatsvindt, moet je zorgen dat je wegkomt. Zorg voor een slaapplaats in een ander huis, misschien zelfs in een andere stad. Het kan lastig zijn om te vertrekken, omdat je loyaal bent aan je familie. Het kan ook lastig zijn om erover te praten: je hebt misschien het gevoel dat je je familie verraad, de vuile was buitenhangt. Zij zijn altijd je thuis geweest. Maar ouders horen hun kinderen niet te slaan.

Als je niemand kent bij wie je veilig onder dak kunt, ga dan op zoek naar een opvangplek. Er bestaat opvang en hulpverlening voor jongeren die te maken hebben met huiselijk of eergerelateerd geweld vanwege hun homoseksuele of transseksuele gevoelens. Zie Veilige haven.

Als het op school gebeurt, moet je erover praten met iemand die je vertrouwt. Een docent, een vriendin of een vertrouwenspersoon kan je helpen om het pesten en dreigen te laten ophouden en de daders te laten straffen. Mocht dat niets opleveren, kun je erover denken om naar een andere school te gaan.

Heb je eenmalig op straat geweld meegemaakt, zorg dan ook dat je terecht kunt bij iemand bij wie je veilig bent. Iemand die je je verhaal kunt vertellen. En doe aangifte of melding bij de politie. Komt het vaker voor en durf je de deur haast niet meer uit, ga naar de politie en doe aangifte. Vraag mensen die het hebben gezien eventueel om te getuigen.

Wat voor geweld je ook hebt meegemaakt, het is belangrijk dat je het kunt verwerken. Neem, eenmaal in een veilige situatie, iemand in vertrouwen. Veel mensen zijn bang om te praten. Misschien denk je dat je daarmee je ouders verraadt, of je klasgenoten alleen maar meer provoceert. Bedenk: geweld is niet normaal en het ligt niet aan jou dat zij je pesten. Jij bent goed zoals je bent. Homoseksualiteit is misschien voor anderen bedreigend, maar het is niet verkeerd.

Zijn er landen waar je als homo of lesbo beter niet naar toe kunt gaan op vakantie?

Op zich kan een homoman of lesbische vrouw overal naar toe op vakantie. Het is alleen in veel landen niet veilig om openlijk homoseksueel gedrag te tonen.

Er zijn landen waar homoseksualiteit door de wet verboden is, zoals Zimbabwe, Iran en Egypte.

Hoewel de overheid tegen toeristen vaak minder streng optreedt dan tegen inwoners, kun je daar toch beter je homoseksualiteit verbergen. Er zijn ook landen waar het niet wettelijk verboden is, maar waar de politie toch optreedt tegen homoseksueel gedrag. Als je niets doet dat erop wijst dat je een relatie met elkaar hebt (zoals hand in hand over straat lopen of zoenen in het openbaar), kan je weinig overkomen.

Er zijn ook vakantieplekken – vooral voor mannen – die homovriendelijk of zelfs homospecifiek zijn. Een aantal Europese en Noord-Amerikaanse steden staan bekend om hun homovriendelijkheid: Berlijn en San Francisco bijvoorbeeld. In die steden is veel te doen voor homo’s en lesbo’s.

Ook op bepaalde Griekse eilanden kun je als vrouwen- of mannenstel gerust op een tweepersoonsbed rekenen, en verschillende homo- en lesbische stellen zijn vakantieboerderijen of pensions begonnen in bijvoorbeeld Frankrijk, Spanje en Portugal. Er zijn specifieke reisgidsen voor homoseksuelen en in sommige algemene reisgidsen staan hotels of pensions die gay friendly zijn.

Is homoseksualiteit een grond voor een verblijfsvergunning in Nederland?

Ja, als vluchteling en als partner. Homo’s en lesbo’s die vervolgd worden op grond van hun homoseksualiteit, kunnen in Nederland asiel aanvragen. Hiervoor moeten zij kunnen aantonen dat zij door de overheid in hun land vervolgd zijn op basis van hun homoseksuele voorkeur, of dat zij niet voldoende beschermd zijn tegen discriminatie. Dat is vaak lastig.

Behalve als asielzoeker kan iemand ook een verblijfsvergunning aanvragen voor het verblijf bij een partner. Hierbij maakt de Nederlandse wet geen onderscheid tussen gehuwden en samenwonenden, en ook niet tussen hetero’s en homo’s. Wel is het een lange en ingewikkelde procedure waarbij de Nederlandse partner voldoende inkomen moet hebben, en de buitenlandse partner de beslissing in het eigen land moet afwachten.

De regelgeving rond gezinsvorming en gezinshereniging verandert snel. Voor de laatste stand van zaken is informatie te verkrijgen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst Verblijfwijzer van het ministerie van Justitie.

Maakt iemand die in eigen land als homo of lesbo vervolgd wordt kans op een verblijfsvergunning in Nederland?

Ja. In principe kunnen vluchtelingen een verblijfsvergunning in Nederland krijgen als zij kunnen aantonen dat zij in eigen land vervolgd worden omdat ze gay zijn.

In de praktijk is het vaak moeilijk om van dit recht gebruik te maken. Ze moeten namelijk niet alleen aantonen dat homoseksualiteit in het land van herkomst bestraft wordt, maar ook dat zij persoonlijk het risico lopen dat de overheid hen wil bestraffen.

Ernstige discriminatie of vervolging door anderen kan ook een reden zijn voor een vluchtelingenstatus. Dan moet iemand aantonen dat de overheid hem of haar hiertegen niet kan of wil beschermen. Daarvoor moet je (meestal tevergeefs) aangifte hebben gedaan in het land van herkomst.

Als je uit een land komt waar homoseksualiteit strafbaar is, hoef je geen pogingen gedaan te hebben om politiebescherming te krijgen. Homoseksuele, lesbische, biseksuele en transgender asielzoekers uit Iran krijgen in principe asiel in Nederland, omdat de situatie in Iran te gevaarlijk voor hen is. Dit geldt niet als zij een strafblad hebben of als zij al eerder in een ander Europees land asiel hebben aangevraagd.

Een asielzoeker moet dan wel in het eerste gesprek met de Nederlandse immigratiedienst vertellen dat hij of zij gevlucht is in verband met homoseksualiteit. Dat is vaak moeilijk voor iemand die in het eigen land steeds geheimzinnig moest doen over zijn of haar intieme leven. Daarbij komt dat er een tolk aanwezig is van wie je ook niet weet hoe die over homoseksualiteit denkt. Wanneer asielzoekers niet duidelijk de reden van hun vlucht kunnen aangeven, wordt hun asielverzoek afgewezen.

Een ander probleem is dat homoseksuele en lesbische asielzoekers in asielzoekerscentra vaak gediscrimineerd worden door andere asielzoekers, als zij open zijn over de reden van hun vlucht.

allesovergay