Rozehulpverlening.nl

Switchboard beschikt over de gegevens van meer dan 180 hulpverleners en 10 instellingen die affiniteit en ervaring hebben met hulpverlening aan cliënten met homoseksuele, lesbische, biseksuele of transgender gevoelens. Dit betekent dat deze hulpverleners positief staan tegenover roze leefstijlen en kennis hebben van de manier waarop bijvoorbeeld homoseksualiteit van invloed kan zijn op iemands (psychische) functioneren. Bel of mail ons voor informatie.

Psychosociale hulpverlening voor homoseksuele, lesbische, biseksuele en transgender cliënten
– 12 veelgestelde vragen:

1. Wanneer ga je op zoek naar een hulpverlener?

Er bestaan veelvuldige redenen om op zoek te gaan naar een hulpverlener. Jezelf beter leren kennen, meer inzicht in jezelf krijgen. Ben je aan het worstelen hoe je je lesbische-,homoseksuele- of transgendergevoelens moet vormgeven? Dan kan dit het moment zijn om professionele begeleiding te gaan zoeken. Voor je die stap zet, kan het nuttig zijn eerst eens met je huisarts te praten.

2. Welke hulpverlener past bij mij?

De keuze voor een hulpverlener die bij je past hangt van een aantal factoren af: Achtergrond en opleiding van de hulpverlener, zijn/haar manier van werken. Van doorslaggevende betekenis zijn echter de indruk die je van hem/haar hebt. Vraag een kennismakingsgesprek aan. In zo’n gesprek kunnen beide partijen kijken of samenwerking kans van slagen heeft. Pas als je voelt dat het klikt en als je hem/haar vertrouwt, ga je een ‘werkcontact’ aan met een hulpverlener.

3. Welke therapievorm past bij mij?

Het is allereerst belangrijk om voor jezelf duidelijk te hebben of je een individuele therapie wilt, dan wel een therapie samen met je eventuele partner (relatietherapie). Overweeg ook of je problemen of klachten met anderen wilt delen: groepstherapie kan dan een optie zijn. Er wordt nogal eens verondersteld dat het ‘moeten aanhoren van de moeilijkheden van een ander’ extra belastend is. Dat hoeft zeker niet het geval te zijn: het herkennen van gezamenlijke problemen kan juist relativerend werken. Systeemtherapie is een therapievorm waarbij intimi uit je omgeving in de therapie worden betrokken. Bij elke hulpverlener op deze site staat vermeld uit welke hulpverleningsvormen diens aanbod bestaat.

4. Uit welke therapievormen valt er te kiezen?

Er is een grote diversiteit aan benaderingen en zienswijzen in de psychologie, wat een scala aan verschillende therapiestromingen tot gevolg heeft. Bij elke hulpverlener op deze site staat haar/zijn werkwijze genoemd, inclusief een korte uitleg daarover. Je kunt kiezen voor alleen gesprekstherapie, een combinatie met bijvoorbeeld lichaamsgerichte behandeling, of een meer spiritueel georiënteerde benadering. Er zijn veel variaties mogelijk. De websites van de diverse beroepsverenigingen geven ook veel informatie over wat men kan verwachten van hulpverleners die bij die beroepsvereniging zijn aangesloten. Ook kent internet nog talloze andere sites met informatie over stromingen in de psychosociale hulpverlening. Zie Therapiestromingen met de belangrijkste links.

5. Hoe lang gaat de hulpverlening duren?

Veel hulpvragers denken in een paar gesprekken ‘klaar’ te zijn. In de praktijk blijkt die verwachting meestal niet te kloppen. Helder krijgen wat precies je klacht is, waar het mee te maken heeft en daarna de behandeling, duurt vaak langer dan je denkt. Het is belangrijk de tijd te nemen voor een investering in jezelf. Duur en frequentie van de behandeling hangen zowel af van de hulpvraag als van de werkwijze van de hulpverlener. Daarbij spelen ook de wens van de cliënt, kosten en de beschikbare tijd een rol. Uiteraard zal het oplossen van een concreet probleem (bijvoorbeeld conflicten op je werk) minder intensief zijn en minder tijd kosten dan een fundamentelere vraag, waar je al jaren mee worstelt. Bijvoorbeeld langdurige depressieve klachten, relatieproblemen, eenzaamheid of jeugdtrauma’s. Het is belangrijk om bij de start, in het intakegesprek, duidelijke afspraken te maken over de wederzijdse bedoelingen en verwachtingen en over de duur van het contact. Veel hulpverleners evalueren de behandeling na enkele sessies, zodat deze afspraken opnieuw bekeken kunnen worden.

6. Wat zijn de verschillende tussen een vrijgevestigde hulpverlener of een hulpverlener van een instelling?

De behandeling van een hulpverlener bij een instelling wordt geheel of grotendeels vergoed door ziektekostenverzekeraars. Voor vrijgevestigde hulpverleners ligt dat verschillend. Sommigen hebben een overeenkomst met een of meerdere ziektekostenverzekeraars, die hun behandeling vergoeden (al dan niet met een eigen bijdrage). Bij anderen geldt dat cliënten de behandeling zelf moeten betalen. Op deze site staat bij alle vrijgevestigde hulpverleners vermeld hoe het met de kosten en de vergoedingsregeling is gesteld. Het financiële aspect kan dus een punt van overweging zijn. In professionele achtergrond en uitvoering zijn er geen verschillen tussen vrijgevestigde hulpverleners en hulpverleners bij instellingen. Een zelfstandig gevestigde hulpverlener hoeft zich weliswaar niet aan een instellingsbeleid te houden, maar heeft wettelijk dezelfde rechten en plichten als andere hulpverleners. Het is wél raadzaam voor een instelling te kiezen in geval van zware problematiek. Bij een instelling heb je een vangnet, bijvoorbeeld als de therapeut ziek is of bij een acute crisis.
Hoe zit het ten slotte met het homo/lesbisch/transgender-specifieke aspect? Ook bij veel reguliere instellingen werken hulpverleners met voldoende kennis en affiniteit met betrekking tot homo/lesbisch/transgender-specifieke hulpverlening. Op dit moment is op deze site nog slechts een beperkt aantal instellingen opgenomen. Bij veel meer instellingen dan hier genoemd liggen mogelijkheden voor een homo/lesbisch-specifieke behandeling. Het is daarom raadzaam altijd de eigen seksuele voorkeur tijdens de intake kenbaar te maken en te vragen naar een homoseksuele of lesbische hulpverlener, dan wel naar een persoon die affiniteit heeft met deze doelgroep. Het is echter niet altijd zeker dat deze voorkeur wordt gehonoreerd omdat een instelling ook naar de aard van de problematiek kijkt bij het toewijzen aan een bepaalde hulpverlener. Wat dat aangaat heeft een cliënt het in het vrijgevestigde circuit meer voor het zeggen.

7. Wat zijn mijn rechten?

Er zijn diverse wettelijke gedragsregels over de beroepsuitoefening van hulpverleners, waar zij zich aan te houden hebben:

  1. Hulpverleners mogen geen informatie over cliënten doorgeven aan derden zonder hun uitdrukkelijke schriftelijke toestemming. Dit valt onder het recht op geheimhouding en privacy.
  2. Informatie die aan anderen is verstrekt, kan ter inzage worden gevraagd (recht op informatie). Hieronder valt ook het inzagerecht in het dossier dat over een cliënt aangelegd kan worden. In reguliere instellingen is dossiervorming verplicht, vrijgevestigde hulpverleners kunnen hier eigen regels voor hanteren.
  3. Beroepsgeheim: het is verboden met derden over cliënten te spreken, behalve in intervisie met andere hulpverleners, in cliënt- of intakebesprekingen met collega’s of in supervisie. Hulpverleners hebben hier een eed voor afgelegd.
  4. Het is hulpverleners verboden een vriendschappelijke en/of seksuele relatie met cliënten aan te gaan. Tijdens een behandeling is immers sprake van een ongelijke relatie. Misbruik maken van het vertrouwen van een cliënt of grensoverschrijdend gedrag is een ernstige zaak, die strafbaar is.
  5. Hulpverleners dienen situaties te vermijden die tot een verstrengeling van belangen kunnen leiden en daardoor hun professionele oordeel vertroebelen. Bijvoorbeeld een naaste bekende in therapie nemen (of een vriendin van haar/zijn beste vriend). Onder Klachtrecht valt meer te lezen over de mogelijkheden een klacht tegen een hulpverlener in te dienen.

8. Welke hulpverleners en instellingen komen in aanmerking voor opname in de sociale kaart van Switchboard?

  1. Hulpverleners ( vrijgevestigd en/of werkzaam binnen instellingen) met een beroepsopleiding (HBO of academisch) op het terrein van psychosociale hulpverlening en/of psychotherapie, zoals maatschappelijk werkers (met of zonder VO), eerstelijnspsychologen, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen, psychiaters, seksuologen en lichaamsgerichte therapeuten.
  2. Instellingen voor gezondheidszorg waar cliënten met hulpvragen over homo- en lesbisch-specifieke onderwerpen terecht kunnen. Dit betekent de aanwezigheid van een adequaat hulpverleningsaanbod met één of meer hulpverleners die op deze onderwerpen deskundig zijn, alsmede een instellingsbeleid dat rekening houdt met deze doelgroep.
  3. Voor vrijgevestigden geldt de voorwaarde van een BIG-registratie en/of registratie bij een beroepsvereniging met een eigen klacht- of tuchtregeling.

9. De hulpverlener / instelling:

  1. waardeert homoseksualiteit en homoseksuele en lesbische leefstijlen positief.
  2. benadert homoseksualiteit in principe niet als psychopathologische ontwikkeling, maar ziet dit als een van de vele varianten van psychoseksuele identiteitsontwikke­ling, waarbij de vrijheid van keuze voor een leefstijl vooropstaat.
  3. besteedt aandacht aan ontwikkelingen in de theorievorming over homo-, lesbisch- en transgenderspecifieke hulpverlening en heeft inzicht in de relatie tussen homo­seksualiteit en verschillende multiculturele, maatschappelijke en economische achtergronden.
  4. heeft kennis van hulpvragen die specifiek zijn voor homoseksuele-, lesbische- en transgendercliënten, of van hulpvragen die sterk gekleurd worden door deze identiteit en/of leefstijlen.
  5. heeft ervaring en affiniteit in het werken met homoseksuele-, lesbische- en transgendercliënten.
  6. heeft inzicht in processen van specifieke identiteitsontwikkeling en socialisatie en het effect daarvan op homoseksuele-, lesbische- en transgendercliënten.
  7. heeft inzicht in processen van stigmatisering, geïnternaliseerd onderdrukking en geïnternaliseerde dominantie en het effect daarvan op homoseksuele-, lesbische- en transgenderpersonen.
  8. is op de hoogte van homoseksuele-, lesbische- en transgender leefstijlen en bekend met verwijsmogelijkheden voor sociale en culturele voorzieningen voor homoseksuele-, lesbische- en transgenderpersonen.

10. Kosten en vergoeding

Het hulpaanbod van instellingen en vrij gevestigde hulpverleners staat kwalitatief in principe op hetzelfde niveau. Op financieel terrein zijn de verschillen echter groot. Dit kan voor cliënten een rol spelen bij de keuze van een hulpverlener. Soms is een gedeeltelijke vergoeding door de eigen zorgverzekeraar mogelijk, soms een nagenoeg volledige vergoeding en soms helemaal geen vergoeding.

11. Klachtrecht

Bij onvrede over de behandeling door een hulpverlener is de eerste stap een gesprek met de betrokkene. Er kan immers sprake zijn van miscommunicatie of van een in onderling overleg op te lossen probleem. Als het bespreken van de klacht niet helpt en de onvrede blijft, dan kunnen cliënten diverse wegen bewandelen om een klacht in te dienen.

  • Als de therapeut werkzaam is bij een instelling, kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie van de instelling. Het is ook altijd mogelijk een klacht in te dienen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg maar het is raadzaam deze weg pas in tweede instantie te bewandelen.
  • Bij een vrij gevestigde hulpverlener kan een klacht het beste worden ingediend bij zijn beroepsvereniging. Op deze site staat bij elke hulpverlener vermeld bij welke beroepsvereniging(en) deze is aangesloten.
  • Een andere mogelijkheid is het indienen van een klacht bij het medisch tuchtcollege in de regio waar de hulpverlener is gevestigd. Dit is alleen mogelijk bij een beroepsbeoefenaar die staat ingeschreven in het BIG-register (zie hieronder).
  • Betreft de klacht een aanranding, verkrachting, oplichting of het verrichten van onbevoegde medische handelingen, dan kan bij de politie aangifte worden gedaan.
BIG registratie

De Wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) regelt de beroepsuitoefening door een aantal categorieën vrij gevestigden. Op het terrein van de psychosociale hulpverlening zijn dat psychiaters, psychotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen. Deze titels zijn beschermd. Ze mogen alleen gevoerd worden door iemand die de vereiste opleiding heeft genoten en staat ingeschreven in het BIG-register.

Bij een tuchtcollege kan worden geklaagd over alle beroepsbeoefenaren die in het BIG-register staan ingeschreven. Op de site is bij elke hulpverlener aangegeven of deze in het BIG-geregistreerd zijn. In het register wordt bijgehouden of de hulpverlener met een tuchtrechtelijke uitspraak te maken heeft gehad. Het register is daartoe door een ieder op internet te raadplegen: www.bigregister.nl.

Informatie en advies over klachten

Voor informatie over klachtenprocedures en voor ondersteuning bij het indienen van een klacht kan men zich wenden tot Zorgbelang Nederland: www.klachtenopvangzorg.nl en tot de Nederlandse Patiënten/Consumenten Federatie: www.npcf.nl

 

12. Hoe kan ik me als hulpverlener opgeven?

Nieuwe aanmeldingen zijn altijd welkom. We hanteren de volgende voorwaarden:

  • Vrijgevestigde hulpverleners dienen te beschikken over een beroepsopleiding op HBO- of WO-niveau. Bovendien moeten ze  ingeschreven staan in het BIG-register en/of aangesloten zijn bij een beroepsvereniging.
  • Instellingen dienen nadrukkelijk open te staan voor de roze doelgroep. Dit betekent dat ze over een adequaat hulpverleningsaanbod én beleid beschikken.

Hulpverleners of instellingen kunnen een vragenlijst invullen, uitprinten en inzenden naar:

 

Rozehulpverlening.nl
p/a COC Nederland
Postbus 3836
1001 AP Amsterdam

Per mail kunt u de ingevulde vragenlijst of andere vragen die u heeft, sturen naar: [email protected]